Drie principes
TAQT definieert succesvolle programma's vanuit drie principes:
Dynamiek
Een publieksprogramma is geen college; het moet niet statisch zijn. Goede publieksprogramma’s lijken op theater: ze hebben een begin en een eind en vooral: ze hebben een spanningsboog. Tijdens goede debatten zit het publiek op het puntje van zijn stoel en worden de deelnemers uitgedaagd door de debatleiders om hun punten net iets scherper te formuleren.
Betrokkenheid
Een publieksprogramma heeft geen ‘vierde wand’; het publiek kan haar mening gevraagd en ongevraagd kenbaar maken. Het mooiste is wanneer die mening blijk geeft van actieve betrokkenheid bij de inhoud van het debat. Dan is een opmerking of vraag geen hinderlijke afleiding maar een welkome aanvulling.
TAQT programmamakers en debatleiders zien de betrokkenheid van het publiek als de mooiste uitdaging van een debat. Ze blinken uit door het creëren van een sfeer waarin het plezier in discussiëren en de interesse en respect voor elkaars opinie voorop staat.
Inhoud
Een programma heeft altijd een concrete aanleiding. Een thema moet worden toegelicht door experts, of een aantal lastige vragen verdienen een goede discussie. Een goed programma staat in het teken van die inhoud. Van de andere kant: een dynamisch publieksprogramma is geen college en moet niet topzwaar worden omdat dat (in TAQT-termen) ten koste gaat van de betrokkenheid en de dynamiek. TAQT-programmamakers en debatleiders beschouwen de inhoudelijke doelstellingen van een programma in dat kader: ze zorgen voor inhoudelijke discussies, colums of statements, zonder uit het oog te verliezen dat een publieksprogramma er is voor alle aanwezigen.




